Wormenbak maken met drie emmers: zo pak je het aan

Een wormenbak maken doe je met drie stapelbare emmers, een deksel, compostwormen en wat vochtig karton of blad. Twee emmers krijgen gaatjes voor de wormen en de afwatering. De onderste emmer blijft heel en vangt overtollig vocht op.

Met deze bak kun je groente- en fruitresten omzetten in wormencompost. Je hebt er geen grote tuin voor nodig: een beschutte plek op een balkon, in de schuur of binnenshuis is genoeg.

Dit heb je nodig om een wormenbak te maken

  • Drie stevige, stapelbare plastic emmers of bakken en een passend deksel.
  • Een boormachine voor de lucht- en afwateringsgaten.
  • Een steen of blokje om ruimte te maken in de onderste emmer.
  • Een stukje gaas of een schuin geplaatst takje als klimroute uit de opvangbak.
  • Onbedrukt karton, versnipperd papier of afgevallen bladeren.
  • Een handje compost en compostwormen, bijvoorbeeld tijgerwormen.
  • Een kleine hoeveelheid ongekookte groente- en fruitresten.

Hergebruik je emmers, kies dan exemplaren die schoon zijn en waarin geen schadelijke stoffen hebben gezeten. De bakken moeten stevig op elkaar staan. Hun bodems mogen niet zo diep in elkaar zakken dat er geen ruimte overblijft voor de wormen en de compost.

Zelf een wormenbak maken in vijf stappen

  1. Boor gaten in twee emmers. Maak verspreid over de bodem gaten van maximaal ongeveer 9 millimeter. Daardoor kan vocht weg en kunnen de wormen tussen de emmers bewegen. Maak ook kleine luchtgaten bovenin de zijkanten en in het deksel.
  2. Maak de opvangbak. Laat de onderste emmer zonder gaten. Leg er een steen of blokje in en zet daarop een doorboorde emmer. Zo blijft er onder de werkbak ruimte voor vocht. Plaats een stukje gaas of een takje schuin tegen de rand, zodat wormen die naar beneden vallen weer omhoog kunnen kruipen.
  3. Richt de eerste werkbak in. Leg onderin de doorboorde emmer een laag gescheurd karton, papier of blad. Maak het materiaal vochtig, zoals een uitgeknepen spons. Meng er een handje compost door en voeg de compostwormen toe.
  4. Begin met een beetje voer. Leg enkele stukjes ongekookte groente of fruit op het vochtige materiaal. Dek ze af met wat karton of blad. Geef pas opnieuw eten als het vorige voer grotendeels is verdwenen.
  5. Voeg de tweede werkbak later toe. Zet de andere doorboorde emmer op de eerste zodra die goed gevuld is. Doe er vochtig karton en vers voer in. Zorg dat de bodem contact maakt met het materiaal eronder, zodat de wormen door de gaten naar boven kunnen kruipen. Sluit de bovenste emmer af met het deksel.

Welke wormen en welk afval gebruik je?

Kies compostwormen, zoals de tijgerworm. Deze leven tussen verteerde plantenresten en zijn geschikt voor een wormenbak. Gewone regenwormen die je in tuinaarde vindt, zijn daarvoor niet geschikt. Je kunt compostwormen kopen of ze uit een gezonde compostbak halen als je zeker weet welke wormen het zijn.

Voer kleine stukjes ongekookte groente en fruit. Ook koffiedik, papieren koffiefilters en gedroogde, geplette eierschalen kunnen erbij. Laat vlees, vis, olie, saus en bereide etensresten weg. Ook honden- en kattenpoep horen niet in de bak.

Vocht, temperatuur en de eerste compost

Zet de zelfgemaakte wormenbak uit de felle zon en zorg dat hij in de winter vorstvrij blijft. Buiten beschermt het deksel tegen regen. Controleer af en toe de onderste emmer en giet opgehoopt vocht weg, zodat de werkbak niet in het vocht komt te staan.

Ruikt de bak sterk? Dan is hij vaak te nat of krijgt hij te veel voer. Stop tijdelijk met voeren, voeg droog karton toe en maak verstopte gaatjes vrij. Is het materiaal juist droog, maak het dan licht vochtig.

Wanneer de onderste werkbak donkere, kruimelige compost bevat en de meeste wormen naar de bak erboven zijn verhuisd, kun je de compost oogsten. Achtergebleven wormen zet je terug in de actieve bak. De lege emmer kun je daarna opnieuw als bovenste werkbak gebruiken.