Kamerplanten: namen van A tot Z en hoe je ze herkent

Kamerplanten met namen van A tot Z lopen van Aglaonema en Begonia tot Yucca en Zamioculcas. Sommige ken je misschien beter onder hun Nederlandse naam, zoals gatenplant voor Monstera en graslelie voor Chlorophytum.

In dit alfabetische overzicht staan zowel Nederlandse als botanische namen. Bij elke naam lees je een kenmerk waaraan je de plant kunt herkennen. Het overzicht is een selectie, geen lijst van alle soorten kamerplanten.

Kamerplantennamen van A tot Z: A tot en met F

  • A: Aglaonema heeft langwerpige bladeren die vaak een lichte tekening hebben. Alocasia wordt ook olifantsoor genoemd en valt op door zijn grote bladeren. Anthurium, of flamingoplant, herken je aan het gekleurde schutblad rond de bloemkolf.
  • B: Beaucarnea heet ook olifantspoot, vanwege de verdikte onderkant van de stam. Begonia komt voor met opvallend gekleurde bladeren of bloemen. Bromelia’s hebben vaak een bladrozet met een gekleurde bloeiwijze in het midden.
  • C: Calathea heeft vaak bladeren met strepen of vlekken. Ceropegia woodii, het Chinees lantaarnplantje, is een hangplant met kleine hartvormige blaadjes. Chlorophytum, de graslelie, heeft lange smalle bladeren en vormt jonge plantjes aan uitlopers.
  • D: Dieffenbachia heeft grote bladeren met lichte vlekken. Dracaena groeit vaak als een stam met een toef lange bladeren. De drakenbloedboom is een bekende Nederlandse naam voor een aantal Dracaena-soorten.
  • E: Epipremnum is een klimplant met hartvormige bladeren, die je ook kunt laten hangen. Euphorbia omvat onder meer kamerplanten met dikke, cactusachtige stengels. Echeveria is een vetplant met bladeren in een rozet.
  • F: Ficus is een groep met onder meer de rubberplant en de vioolbladplant. Fittonia blijft meestal klein en heeft duidelijk gekleurde nerven. De flamingoplant vind je ook onder de A, bij Anthurium.

Kamerplanten van G tot en met L

  • G: De gatenplant is de Nederlandse naam voor Monstera. Guzmania is een bromelia met lange bladeren en een opvallend gekleurd schutblad. Goudpalm is een naam voor een palm met fijn verdeelde, gebogen bladeren.
  • H: Haworthia is een kleine vetplant met stevige bladeren, soms met witte strepen. Hedera is de botanische naam voor klimop. Hoya, of wasbloem, heeft vaak dikke bladeren en kan trosjes stervormige bloemen krijgen.
  • I: De Indische rubberboom is een andere naam voor Ficus elastica. Impatiens, ook vlijtig liesje genoemd, is een bloeiende plant die soms binnen wordt gehouden.
  • J: De jadeplant, Crassula ovata, heeft dikke ovale bladeren en houtige takken. De jasmijn wordt soms als bloeiende kamerplant gehouden en kan geurige bloemen geven.
  • K: Kalanchoë is een vetplant waarvan sommige soorten kleine bloemen in groepjes krijgen. De krulvaren heeft lange, gebogen varenbladeren. De kamerden, Araucaria, herken je aan zijn etages van fijne takken.
  • L: De lepelplant, Spathiphyllum, heeft groene bladeren en witte schutbladen die om een bloemkolf staan. De luchtplant, Tillandsia, groeit zonder gewone potgrond. De lippenstiftplant, Aeschynanthus, dankt zijn naam aan de vorm van de bloemen.

Van M tot en met R

  • M: Monstera staat bekend om bladeren die bij veel soorten insnijdingen of gaten krijgen. Maranta heeft vaak getekende bladeren die ’s avonds omhoog kunnen staan. De muntplant Pilea peperomioides heeft ronde bladeren op lange steeltjes.
  • N: Nephrolepis is de botanische naam van de krulvaren. Nolina wordt soms gebruikt voor de olifantspoot, die je ook als Beaucarnea tegenkomt. De nestvaren, Asplenium nidus, heeft lange bladeren die vanuit het midden groeien.
  • O: De olifantspoot heeft een dikke stambasis en smalle, overhangende bladeren. De orchidee Phalaenopsis heeft stevige bladeren en bloemen aan lange stelen. Het olifantsoor is een veelgebruikte naam voor Alocasia.
  • P: Pachira aquatica heet ook watercacao en wordt soms met gevlochten stammen verkocht. Philodendron heeft veel verschillende bladvormen. Pilea peperomioides herken je aan de ronde bladeren en heet ook pannenkoekenplant.
  • Q: Quesnelia is een minder bekende bromelia. De plant vormt een rozet van bladeren en kan een opvallende bloeiwijze krijgen.
  • R: Rhipsalis is een hangende cactus met dunne, vaak vertakte stengels. De rubberplant, Ficus elastica, heeft grote, stevige bladeren. De rattestaartcactus heeft lange hangende stengels met stekels.

Van S tot en met Z

  • S: Sansevieria wordt ook vrouwentong genoemd en heeft stevige, meestal rechtopstaande bladeren. Scindapsus is een klimmer of hangplant met vaak zilverachtige vlekken op het blad. De stippenbegonia heeft opvallende witte stippen op zijn bladeren.
  • T: Tradescantia is vaak een hangplant met gestreepte of paars getinte bladeren. Tillandsia is de botanische naam voor luchtplant. De treurvijg, Ficus benjamina, is een kamerboom met kleine bladeren en dunne takken.
  • U: Utricularia sandersonii is een kleine vleesetende plant die ook binnen gehouden kan worden. Hij heeft fijne blaadjes en kleine bloemen die op konijnenoortjes kunnen lijken.
  • V: Vriesea is een bromelia met een rozet van bladeren en een vaak felgekleurde bloeiwijze. De vrouwentong heeft stevige bladeren die uit de pot omhoog groeien. De vioolbladplant, Ficus lyrata, heeft grote bladeren met een golvende rand.
  • W: De wasbloem is de Nederlandse naam voor Hoya. Watercacao is een naam voor Pachira aquatica. De W is ook de beginletter van wenkbrauwvaren, een naam die soms voor een varen als Asplenium wordt gebruikt.
  • X: Xanthosoma is een groep tropische planten met grote, vaak pijlvormige bladeren. Sommige soorten worden als kamerplant gehouden.
  • Y: Yucca wordt ook palmlelie genoemd. Je herkent hem aan zijn stevige stam en de toef lange, puntige bladeren.
  • Z: Zamioculcas heeft dikke bladstelen met glanzende, ovale blaadjes. De zebraplant, Aphelandra, heeft donkere bladeren met opvallende lichte nerven. De zaagcactus, Lepismium, is een hangende cactus met platte, ingesneden stengels.

Hoe herken je de naam van je kamerplant?

Kijk eerst naar de vorm van het blad en de manier waarop de plant groeit. Ronde bladeren op lange steeltjes kunnen bijvoorbeeld wijzen op een Pilea peperomioides. Grote bladeren met gaten passen bij sommige Monstera’s. Een verdikte stam met smalle bladeren bovenaan is een aanwijzing voor Beaucarnea.

Let daarna op details zoals bladnerven, vlekken, bloemen en de stevigheid van de stengel. Een jonge plant kan er anders uitzien dan een volwassen exemplaar. De naam op het plantenlabel helpt om planten die op elkaar lijken uit elkaar te houden.

Veelgestelde vragen over kamerplantennamen

Welke kamerplanten beginnen met een C?
Voorbeelden zijn Calathea, Ceropegia en Chlorophytum. De graslelie is de Nederlandse naam voor Chlorophytum.

Welke bekende kamerplanten hebben een Nederlandse naam?
De gatenplant heet botanisch Monstera, de lepelplant Spathiphyllum en de pannenkoekenplant Pilea peperomioides. Ook olifantsoor, vrouwentong en wasbloem zijn bekende Nederlandse namen.

Waarom heeft een kamerplant soms meerdere namen?
Een plant kan een Nederlandse naam, een botanische naam en een handelsnaam hebben. Botanische namen kunnen ook veranderen. Zo wordt de naam Sansevieria nog vaak gebruikt, terwijl deze planten botanisch bij Dracaena zijn ingedeeld.

Wat zijn makkelijke kamerplanten voor beginners?
Zamioculcas, vrouwentong en graslelie zijn vaak vergevingsgezinde keuzes. Ze verschillen wel in hun voorkeur voor licht en water. Een makkelijke plant is vooral een plant die past bij de plek waar je hem neerzet.

Zoek je een plant op naam? Begin met de letter van de naam die je kent en vergelijk daarna de bladeren, groeiwijze en eventuele bloemen met de beschrijving.